Melveren

Ligging

Het gehucht Melveren is gelegen ten noorden van de stadskern, boven de samenloop van de Cicindria en de Melsterbeek. In vroeger tijden vormden die samenloop en het beekdal een zeer moerassig gebied terwijl ten noorden daarvan een hogergelegen en vruchtbaar land lag.
De kerk ligt op de zuidelijke uitloper van dit hogergelegen land, vroeger veilig omgeven door de brede bocht van de Melsterbeek, terwijl nog meer naar het noorden een groot woud zich uitstrekte van Runkelen-Duras-Zoutleeuw tot Nieuwenhoven-Kortenbos-Zepperen

De Cicindriabeek ontspringt in het gehucht Hasselbroek te Jeuk op een hoogte van 120 m en mondt te Sint-Truiden in de Melsterbeek uit.  Daarvoor stroomt ze eerst door Jeuk, Borlo, Buvingen en Kerkom, waar ze even onder het militair vliegveld duikt om in Bevingen-Straeten uit te komen.  En dan stroomt ze door Sint-Truiden,  de stad die door de H. Trudo op de oevers van de Cicindria gesticht werd en waar ze eeuwenlang de molens van de abdij deed draaien.  De nabijheid van helder stromend en zuiver water was toen immers een conditio sine qua non voor een abdijnederzetting, anders konden keukens, molens, brouwerijen, bakkerijen enz. onmogelijk naar behoren functioneren.  Merkwaardig is wel dat de naam Cicindria van Latijnse oorsprong is, terwijl alle andere beeknamen uit het Germaans afstammen. 

De Melsterbeek nu heeft een veel groter debiet dan de Cicindria.  Ze ontspringt niet ver van de bron van haar collega, nl. in Boeckhout, ook een deelgemeente van Jeuk/Gingelom.  De Melsterbeek vloeit echter vele kilometer om in het malse Haspengouw.  Daarbij bevloeit ze het grondgebied van Mielen, Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Runkelen, Binderveld en Geetbetz, die alle hun oorspring ook aan deze beek te danken hebben.  In Donk stroomt ze in de Grote Gete, die op haar beurt in de Herk stroomt, die dan weer in Halen in de Demer vloeit.

De oorsprong van het gehucht Melveren gaat waarschijnlijk terug   tot de tijd van de Germanen.   Deze Germaanse volkstammen die zich rond de 5de. Eeuw in Haspengouw hebben gevestigd, gaven aan de plaatsen of streken die zij tot nederzetting kozen, een naam die verwijst naar het uitzicht, de eigenschappen de gesteldheden van de bodem en later naar de naam van de eigenaar .  Hierbij denk ik dan in de omgeving bv. Naar Bevingen (huis van Bavo) en Ordingen (huis van Ordo)
Hier in Melveren zou het gaan om een agrarische oorsprong: malse, vruchtbare grond of Merwa
De opeenvolgende benamingen Merweles (1107) – Mervele – Merwele in de M.E en Merwile en Mervelt in de 14de en 17de. eeuw tot het huidige Melveren  wijst in die richting.

Reeds ten tijde van Trudo (7deeeuw) worden Zepperen en Velm vermeld als bewoonde plaatsen met een heiligdom.  Tijdens de kruisdagen, wanneer er boeteprocessies gehouden werden voor de vruchtbaarheid van de velden – een zeer oud Keltisch (door de christenen overgenomen) gebruik bleven de monniken in processie naar Zepperen en Velm gaan, zoals Trudo deed.  De derde dag kwamen ze ook naar Melveren.  Dit laat ons toe te veronderstellen dat ook Melveren reeds een heiligdom had.

Deze tekst werd geschreven door Paula Moria